Beleidsplan

Beleidsplan van de Protestantse gemeente Rotterdam-Zuid, 2017 – 2021

- definitief vastgesteld op de vergadering van de algemene kerkenraad d.d. 16 maart 2017

“Het menselijk lichaam is één geheel, maar het bestaat uit veel delen. En al die verschillende delen vormen samen dat ene lichaam. Net zo vormen wij samen één lichaam, want we horen allemaal bij Christus.”

I Korinthiërs 12:12 – uit: Bijbel in Gewone Taal

Na jarenlang te hebben aangekoerst op drie grote ‘gemeenschappen’ binnen de Protestantse gemeente Rotterdam-Zuid (PgRZ), is het inzicht gerijpt dat fusies niet echt iets nieuws voortbrengen. Bovendien drong het besef door dat het essentieel is voor gemeente-zijn om aanwezig te zijn in de ‘haarvaten van de wijken’. De leidende gedachte werd nu om overal kerken òf kleine gemeenschappen present te laten zijn op Zuid, waarbij de samenwerking gezocht wordt met andere wijkgemeenten, maar ook met buurtbewoners en andere partners in de wijk (andere gemeenten/organisaties).

Hiernaast is duidelijk geworden dat een te sterke centrale aansturing regelmatig tot frustraties heeft geleid bij de wijkgemeenten. Nogal eens leefde in wijkgemeenten het gevoel dat wijkbelangen onder druk kwamen te staan èn dat van bovenaf ‘van alles’ werd opgelegd. Of dit gevoelen nu terecht of onterecht was, het is de hoogste tijd om vanuit de centrale organen primair te denken vanuit ‘dienen èn ondersteunen’ (‘span of support’) èn niet vanuit ‘controleren’ (‘span of control’). De centrale organen hebben immers de taak elke gemeenschap te ondersteunen om – binnen de afgesproken kaders - zo goed mogelijk zelfstandig te kunnen functioneren.

Er is ook geconstateerd dat niet alle geloofsgemeenschappen (pioniersplekken bijvoorbeeld)vertegenwoordigd zijn in het groter geheel. Er is niet altijd sprake van wederkerigheid: ervaringen op deze plekken opgedaan, worden niet gedeeld en beschikbaar gesteld ten behoeve van het groter geheel en wijkgemeenten staan – soms – op een grote afstand van deze nieuwe gemeenschappen (met de nodige problemen van dien). Tevens is het besef gegroeid dat de wijkgemeenten zelf een zekere kracht bezitten in wie ze zijn en waarvoor zij staan, dat zij in hun directe omgeving als kerk present kunnen zijn en bereikbaar zijn voor mensen die zich verbonden weten met de gemeente (‘kerk op loopafstand’). Daarnaast zijn de wijkgemeenten zich bewust dat de huidige gemeenschappen kwetsbaar zijn, wat menskracht en financiën betreft.

Het inzicht ontstond dat de wijken geen eilandjes op zich 

vormen maar zich met elkaar verbonden weten in het

lichaam van Christus. Elkaar tot hand en voet zijn, van

elkaar weten wat er in de wijken speelt. Met een

realistische kijk kwam ook het gedeelde inzicht dat niet

alleen de wijken krachtig zijn in wie en waartoe zij zijn,

maar dat er ook sprake is van beperkingen. Niet alles kan

gedaan worden wat voorheen vanzelfsprekend was. Ook

het ontwikkelen van nieuwe vormen van gemeente-zijn en

toekomen aan de gewenste vernieuwing is lang niet altijd

mogelijk.

In dat besef hebben de gemeenten gekozen voor een nieuw model, het knooppuntenmodel. Onder het knooppuntenmodel wordt een netwerk van wijkgemeenten en andere kerkelijke plekken verstaan, die samen vorm geven aan de gemeente van Christus in Rotterdam-Zuid.

Knooppuntenmodel

De kerken in Rotterdam-Zuid weten zich door Jezus Christus, het Hoofd der kerk en de Heer der wereld, geroepen de liefde van God zichtbaar gestalte te geven in de stad. De knooppunten willen in gezamenlijkheid, ieder op eigen wijze, daar gestalte aan geven. De kracht van ieder knooppunt afzonderlijk is goed te combineren met de meerwaarde van de gezamenlijkheid. De organisatievorm waarin de knooppunten dat willen doen is een netwerkorganisatie, hier ‘het knooppuntenmodel’ genoemd. Daarmee wordt aangegeven dat de knooppunten onderling met elkaar in verbinding staan en dat er omgezien wordt naar elkaar.

Wat verstaan we onder een knooppuntenmodel?

- Knooppunten zijn die plekken waar mensen samen komen en Christus in hun midden is. 

- Als knooppunten kunnen worden aangemerkt: wijkgemeenten, pioniersplekken, het project Samenwerking, en in de toekomst wellicht het ‘pastoraat oude wijken’, een verhalenhuis, een huisgemeente, een leefgemeenschap en wat er zich ook maar voordoet. Het ene knooppunt is groter dan het andere, het ene knooppunt bestaat al een langere tijd, het andere knooppunt is een nieuw initiatief, het ene knooppunt kan en mag bestaan ondanks de kleine vergrijsde gemeenschap, het andere knooppunt is net startend en daar kan iets groeien (tevens kunnen knooppunten verdwijnen).

- Het is vereist dat een net startend knooppunt een band heeft met een knooppunt dat al wat langer bestaat (‘moeder – dochter’ -> leren op eigen benen te staan).

- De Knooppunten zijn zelfstandig opererende gemeenschappen en onderling met elkaar verbonden in een netwerk om zo als bondgenoten – gezamenlijke – verantwoordelijkheid te dragen voor elkaar en elkaar te ondersteunen waar mogelijk (‘ Wat heb je te geven/te delen?’) en samen de liefde van God zichtbaar gestalte te geven in de stad (verbindende visie en missie).

- De verantwoordelijkheid voor de menskracht èn financiën ligt bij het knooppunt zelf, elke gemeenschap kan natuurlijk ‘ondersteuning’ zoeken bij anderen èn bij de Algemene Kerkenraad en de Colleges (actieve opstelling van elke knooppunt).

Dit model is plat en minder hiërarchisch, het kent minder schijven. De knooppunten werken binnen het netwerk samen (geven = delen), de knooppunten houden de eigen regie over hun eigen gemeenschap en zijn zelfsturend. Wanneer ‘ondernemerschap’ wordt gestimuleerd en mensen pro-actief zich inzetten voor de eigen gemeenschap (in samenwerking met anderen) ontstaat een dynamisch en flexibel netwerk, open naar elkaar en samen gericht naar buiten toe. Uitgangspunt is dat mensen zich graag aan het knooppunt willen verbinden, dat enthousiasme en levendigheid de grondtoon is in plaats van achteroverleunen en afwachten. Organisch en dynamisch: grenzen worden doorbroken in plaats van gevoelsmatig in een keurslijf moeten opereren.

Welke waarden en normen liggen ten grondslag aan het knooppuntenmodel?

- Als broeders en zusters elkaar liefhebben (ook de ander die je minder lief hebt) èn dienen. Dit is een bewuste daad in de navolging van Jezus Christus.

- Dat de Godslamp brandende blijft en dat mensen het goede nieuws in de buurt kunnen (blijven) horen.

- Gespreide aanwezigheid in ‘de haarvaten’ van de wijk (samen met andere kerken / maatschappelijke organisaties).

- De knooppunten van Rotterdam-Zuid zijn deel van een groter geheel .

- Eenheid in diversiteit als gegeven (zie ook kerkorde).

- Solidariteit/bondgenootschap, verbonden met elkaar in geloof, als knooppunten deel zijn van een groter geheel (buurt en netwerk), wederzijdse afhankelijkheid.

- Verantwoordelijk zijn voor elkaar: ‘als één lid lijdt, lijden alle leden mee. Als één lid eer ontvangt, verblijden alle leden zich mee’ (I Korinthiërs 12:26).

- Openheid en transparantie.

- Samen een leergemeenschap zijn.

- Interactie: nieuwsgierigheid en betrokkenheid.

- Samen lukt het beter om de liefde van God zichtbaar gestalte te geven in de stad dan alleen. Op deze manier kan beter ingespeeld op bepaalde ontwikkelingen in de stad en actief in te spelen op de directe omgeving (door bijv. kennis te bundelen, fondsen te werven, werkdruk van menskracht te verdelen, sterker op te kunnen treden naar bijvoorbeeld de overheid, e.d.).

Het knooppuntenmodel zal in de komende beleidsperiode gestalte krijgen. Daarvoor staan haar een aantal instrumenten ter beschikking.

Welke instrumenten staan de knooppunten ter beschikking?

- Zelfstandig werken binnen de met elkaar afgesproken kaders (zie pagina 6, 7 en 8).

- Co-creatie: met elkaar als knooppunten – en anderen – ontwikkelen wat het knooppunt zelf belangrijk vindt, met een inbreng van allen.

- Stimulerend, ondersteunend, dienend leiderschap van de Algemene Kerkenraad, College van Kerkrentmeesters en het College van Diakenen.

- Pro-actief inzetten op verandering/vernieuwing/revitalisering (= levendigheid en actief inspelen op de ontwikkelingen die zich voordoen in de eigen wijk/Rotterdam-Zuid/veranderende samenleving).

- Onderlinge solidariteit om de continuïteit van gemeente- en geloofsleven op wijkniveau zoveel en zolang mogelijk te waarborgen.

- Visiestuk ‘Waar een woord is, is een weg’ van de Protestantse Kerk in Nederland waarin de grondtoon is ‘Back to basics’: Waarom en waartoe zijn we kerk? Waar ervaren we knelpunten om kerk te zijn in onze tijd in de huidige inrichting van de kerk? Welke kansen zien we?

- Samenwerking beroepskrachten (opereren als team, delen van expertise).

- Gebruik maken van (elkaars) talenten in de knooppunten, delen van kennis en kunde.

Rol van de Algemene Kerkenraad

Het primaat ligt bij de knooppunten. De Algemene Kerkenraad bemoeit zich niet inhoudelijk met het beleidsplan van de knooppunten (voor zover dit plan binnen de beleidskaders van de PgRZ èn de kerkorde blijft), hij dient echter wèl uit te dagen en aan te sturen (wat is de eigenheid van de wijk en is dit consistent vertaald in het beleidsplan en heeft het samenhang met het beleidsplan van de Algemene Kerkenraad?).

De rol van de Algemene Kerkenraad is vooral een stimulerende en ondersteunende bij de opbouw van de knooppunten en het netwerk. Tevens stimuleert ze de knooppunten na te denken over heikele kwesties als ‘hebben we een kostendekkende exploitatie, hoe zit het met de gebouwen en de fte’s?’ Daarnaast ‘ont-zorgt’ de Algemene Kerkenraad. Hem zijn door de knooppunten/wijkgemeenten een aantal taken toevertrouwd die hij beter kan uitvoeren dan dat de knooppunten/wijkgemeenten dat ieder voor zich kunnen doen.

De Algemene Kerkenraad is een goed functionerend team om zijn rol goed te kunnen spelen (‘teambuilding’, ontmoeting in persoonlijk geloofsgesprek in de vergaderingen). De leden zitten er

als ‘knooppuntbestuurder’: ze vertegenwoordigen een knooppunt, maar besturen met het oog op het geheel van het netwerk. Tevens stimuleren ze in hun eigen knooppunt de uitvoering van het gezamenlijk beleid. Om met visie en vaart te blijven besturen is het wenselijk om de continuïteit te waarborgen wat bemensing betreft (per jaar 1 à 2 nieuwe leden inwerken).

Taken:

1. Centraal wat centraal beter kan, vanuit de kerkorde liggen er een aantal taken bij de Algemene Kerkenraad (AK):

a. De taken die de wijkkerkenraden aan de AK toevertrouwen

b. Borgen van diversiteit wijken

c. Vermogensrechtelijke aangelegenheden, ledenadministratie (inzichtelijk doen zijn voor elk knooppunt)

d. Alles m.b.t. rechtspositie van predikanten en gesalarieerde medewerkers

2. Centraal wat de knooppunten vinden dat ‘knooppunt-overstijgend’ moet gebeuren wegens menskracht en middelen (pioniersplekken, ‘incidentele jeugdevents’, diaconaat, gezicht naar buiten voor onder meer de burgerlijke overheid, enz.).

3. Samen met de knooppunten:

a. Stimuleer knooppunten om visie, beleid en speerpunten te formuleren voor kerk-zijn in Rotterdam-Zuid (welke thema’s?).

b. Wijs knooppunten op eigen verantwoordelijkheid voor menskracht en financiën.

c. Stimuleren van onderlinge verbondenheid (ontmoeting en communicatie: jaarlijks een ambtsdragersvergadering èn een gezamenlijke gemeenteavond) en stimuleren van vernieuwing (faciliteren van concrete vertaling van visie en beleid) en het onderling delen en leren van elkaar.

Stijl van leidinggeven:

o Verantwoordelijkheid uit handen geven.

o Faciliteren (mogelijkheden bieden).

o Stimuleren en ondersteunen.

o Bieden van duidelijk kaders.

Beleidsvoornemens

A. “In voor- en tegenspoed” - de financiële kaders (kerkrentmeesterlijk)

Uitgangspunten:

- Knooppunten zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen financiële huishouding, tegelijkertijd dient er vertrouwen te zijn in elkaar en dienen de knooppunten inzage te geven in hoe de situatie er voor staat: sluitende begroting, de situatie en kosten van de gebouwen. Met elkaar kan gezocht worden naar synergievoordelen, uitwisselen van kansen en mogelijkheden, vinden van oplossingen, e.d.

- Elk knooppunt is verantwoordelijk voor een kostendekkende exploitatie: Wanneer een exploitatie niet kostendekkend is (zeker wat betreft ‘niet afgesproken verliezen’), krijgt het punt

een jaar de tijd om orde op zaken te stellen, wanneer dat niet lukt moet het toekomstperspectief van het knooppunt kritisch in ogenschouw worden genomen en eventuele consequenties aanvaard. In deze hebben de Algemene Kerkenraad en met name het College van Kerkrentmeesters de taak om in goed overleg bij te sturen en een en ander in goede banen te leiden.

- Ondernemend – wie wil hetzelfde als wij en is bereid daaraan mee te betalen? (fondsenwerving).

- Menskracht en financiën: Wat kan gezamenlijk? Wat zijn synergievoordelen?

- Stimuleren van vernieuwing: vernieuwingsfonds voor het meefinancieren van projecten en nieuwe initiatieven die door knooppunten worden bedacht. Immers, creatieve ideeën mogen in de realisering niet stranden op gebrek aan (aanvullende ‘knooppunt-overstijgende’) middelen.

- Solidariteit/omzien naar elkaar: er bestaat een calamiteitenfonds voor tekorten die ontstaan door onverwachte gebeurtenissen.

- Een knooppunt dat moet afbouwen: samen met de Algemene Kerkenraad en de Colleges (en eventueel andere knooppunten) denkt het knooppunt secuur na over de toekomst èn de wijze waarop er wordt afgebouwd, zodat er geen lidmaat tussen wal en schip zal geraken.

Aanvullend met betrekking tot de knooppunten:

- Ieder zorgt voor een volledige financiële verantwoording.

- Ieder heeft duidelijke aanspreekpunten (voorzitter/scriba/penningmeester).

- Uniformiteit bij het aanleveren van collectestaten, declaraties en andere daarvoor in aanmerking komende zaken.

- Elk knooppunt heeft een vertegenwoordiger in de Algemene Kerkenraad en de Colleges òf laat zich vertegenwoordigen door ‘een verantwoordelijk’ knooppunt ( ‘dochter’ door ‘moeder’).

Aandachtspunten (op korte termijn):

- Maak duidelijke afspraken over de ‘geoormerkte fondsen’.

- Is het wenselijk het Vernieuwingsfonds aan te vullen? Zo ja, hoe gaan we dat doen (een bijdrage uit elk knooppunt)?

- Neem een besluit over de financiering van het project ‘Kerk op de Kop’. Voorstel: de fondsen van wijkgemeente Charlois en wijkgemeente Slinge worden hiervoor ingezet zoals oorspronkelijk afgesproken; sinds de afspraak werken we echter niet langer toe naar drie grote wijkgemeenten, vandaar dat aan de andere wijkgemeenten gevraagd wordt ook een bijdrage te leveren.

B. “Samen delen” - diaconale kaders

Het knooppuntenmodel binnen de Protestantse gemeente Rotterdam-Zuid veronderstelt een

netwerk van wijkgemeenten, pioniersplekken, enz. Het zwaartepunt van het diaconaat ligt bij de

knooppunten, die bestaan uit wijkgemeentes of andere vormen van kerk zijn.

Solidariteit

- Het knooppunt organiseert de zorg voor elkaar en verleent onderstand aan de leden van de gemeente. Ook zorgt het – voor zover mogelijk - voor mensen die hulp en bijstand behoeven buiten het eigen knooppunt.

- De knooppunten staan elkaar bij als daar behoefte aan is. Knooppunten zijn gemotiveerd om na te denken over hun diaconale taak buiten hun knooppunt, zoals richting andere knooppunten met grotere diaconale uitdagingen.

- De knooppunten delen kennis en kunde met elkaar.

- De solidariteit komt met name tot uitdrukking in het feit dat er één diaconie is.

College van Diakenen en de knooppunten

- Men ontmoet elkaar in de vergadering van het College van Diakenen.

- In het College wordt het gezamenlijke beleid en de kaders waarin er gewerkt wordt afgesproken. De verantwoordelijkheid voor het diaconaat dragen we met elkaar.

- Bij duidelijke lijnen hoeft er minimaal vergaderd te worden.

- Het College bepaalt hoe er samen gestalte gegeven wordt aan het stedelijke- en het werelddiaconaat.

- Knooppunten organiseren gezamenlijke knooppunt-overstijgende projecten. Voorbeelden hiervan zijn het verstrekken van professionele, maatschappelijke hulp door één of meerdere maatschappelijk werkers/sters en het verstrekken van betaalbare woonruimte voor (noodlijdende) leden en andere buurtgenoten van knooppunten.

- Het College stimuleert het gezamenlijke gesprek en stimuleert het diaconale bewustzijn. Tevens

coördineert het de ambtelijke ondersteuning, bijvoorbeeld bij het Heilig Avondmaal.

- Het College stimuleert knooppunten (en met name nieuwe knooppunten) stappen te ondernemen in offerbereidheid als onderdeel van gemeente-zijn.

Aandachtspunt:

- Het ambt van diaken en dat van ouderling zijn te onderscheiden, maar niet altijd duidelijk te scheiden. Ga met elkaar na waar mogelijkheden liggen om elkaar te ondersteunen, te denken valt aan ouderlingen/bezoekmedewerkers/gemeenteleden met een ‘diaconale antenne’ (en andersom natuurlijk: diakenen/diaconaal medewerkers met een ‘pastorale antenne’).

C. “Omzien naar elkaar” - pastorale kaders

Pastoraat is afgeleid van het woord ‘pastor’ (‘herder’), dat verwijst naar het bekende Bijbelse beeld waarin Gods zorg voor zijn volk tot uitdrukking komt. Het beeld van de gemeente als kudde kan een passieve indruk wekken, maar als gemeenteleden zijn we geroepen om naar elkaar om te zien in naam van dè Herder. In het Nieuwe Testament is hèt ‘kernwoord’ dat de pastorale activiteit omschrijft ‘parakalein’. Je kunt dit Griekse woord vertalen als ‘de één spreekt de ander aan, in aansporende, bemoedigende of vermanende zin’. Hoewel dit ‘aanspreken’ zeker de taak is van voorgangers en oudsten (zie Tit 1:9; I Tim 4:13), treffen we herhaaldelijk de oproep aan dat gemeenteleden elkaar onderling dienen ‘aan te spreken’ (zie II Kor 2:7; 1Tess 5:11, Hebr 3:13). Dit betekent dat pastoraat als kernactiviteit van de kerk niet alleen gezien wordt als het werk van

ouderlingen, predikant(en) en kerkelijk werkers, maar allereerst als een taak van gemeenteleden zelf. Als leden van Christus’ gemeente zijn we geroepen naar elkaar om te zien èn elkaar te bemoedigen in het geloof.

Tendensen in de knooppunten

- In veel gemeenschappen is het de laatste jaren steeds moeilijker geworden om de vacatures voor het ambt van ouderling te vervullen. De gemeenschap wordt ouder, de pastorale zorg wordt groter, terwijl het aantal leden dat nog het ouderlingenambt wil èn kan bekleden kleiner wordt. Wie nog wel beschikbaar is, vindt de taak vaak tè omvangrijk en moeilijk te combineren met het veeleisende dagelijks leven. Bovendien zien velen tegen de pastorale taak op. Ondertussen stagneert het pastoraat. Vele gemeenteleden worden niet of nauwelijks bezocht, behalve in crisissituaties door een professionele kracht.

- Daar waar het traditionele huisbezoek in een aantal knooppunten grotendeels is verdwenen blijken er toch mensen te zijn die behoefte hebben aan geestelijke begeleiding. Vanuit het huidige levensgevoel moet het mogelijk zijn om op een eigentijdse manier het individuele bezoek vorm te geven om luisterend en samen zoekend dichter bij God te komen.

- Wij nemen een verschuiving waar van het individuele naar het groepspastoraat rondom allerlei thema’s. In kringen en groepen zijn mensen samen die veel voor elkaar kunnen betekenen.

- In het pastoraat dient blijvende aandacht te zijn voor de zwakken in de kerk: Ouderen, zieken, chronische zieken, lichamelijk en verstandelijk gehandicapten. Het is belangrijk om steeds weer nieuwe wegen te vinden om deze mensen belangeloos op te zoeken en bij te staan.

Aandachtspunten PgRZ-breed

Hoewel pastoraat in eerste instantie een taak is van elk knooppunt, is het heilzaam om PgRZ-breed mee te denken op de volgende punten:

- Het team van professionele krachten dient te zoeken naar nieuwe wegen van pastoraat, zoals ‘netwerkpastoraat’ èn zal daarbij een ondersteunende rol vervullen.

- Het aanbieden van een ‘leerjaar’ (of cursus) aan gemeenteleden, opdat ze naar ambt van ouderling, bezoekmedewerker of pastoraal medewerker kunnen toegroeien (onder verantwoordelijkheid van het team van professionele krachten).

- Het aanbieden van bijeenkomsten voor de hele PgRZ met een pastorale insteek, te denken valt aan ‘voltooid leven, hoezo?’, ‘sporen van geloof bij dementie’, ‘levensmoe’, ‘rouwverwerking’ (verantwoordelijkheid van het moderamen Algemene Kerkenraad).

- Als knooppunten kunnen we van elkaar leren: breng eenmaal per jaar allen bijeen die op welke manier dan ook betrokken zijn bij het ‘pastorale werk’ (onder verantwoordelijkheid van het moderamen van de Algemene Kerkenraad).

- Het ambt van ouderling en dat van diaken zijn te onderscheiden, maar niet altijd duidelijk te scheiden. Ga met elkaar na waar mogelijkheden liggen om elkaar te ondersteunen (in de knooppunten).

D. Samen werken in professioneel teamverband – wat is de gezamenlijke kracht?

Er dient een gedachtenvorming door de professionele krachten zelf op gang te komen over een (andere) inzet en werkwijze van de professionele krachten. Dit is niet alleen ingegeven door de nood, maar wordt ook bezien van uit de kracht dat een team gezamenlijk heeft om de vitaliteit in het eigen knooppunt te vergroten. Uitgangspunten daarbij zijn:

- Professionele krachten werken allereerst voor de eigen knooppunt(en).

- Naast het werk ten behoeve van het knooppunt, besteedt de predikant, kerkelijk werker of pionier tijd aan ‘knooppunt-overstijgend’ werk ten behoeve van het groter geheel (netwerk).

- De bijeenkomsten van de professionals zijn niet alleen bedoeld voor ontmoeting en uitwisseling en overleg, maar groeit uit tot een (werk)team, waar taken ook gezamenlijk opgepakt kunnen worden. Urgent is een bezinning op de pastorale verantwoordelijk naar de gemeenten toe.

- Om een team van professionals goed te laten functioneren zijn vijf zaken onmisbaar (zie Sake Stoppels, Voor de verandering, Zoetermeer 2009, 228-230): i. het ontwikkelen van een gedeelde visie; ii. het delen van spiritualiteit; iii. weerstanden tegen teamvorming benoemen; iv. heldere spelregels opstellen (wie is waarvoor verantwoordelijk?); v. functionaliteit (zit ieder op de juiste plek, gaven-georiënteerd, is ieder in zijn kracht gezet?).

- Al werkend vormt zich een visie m.b.t. samenwerken ten behoeve van de kerkelijke presentie en uitstraling van de kerken in Rotterdam-Zuid.

- Bezien kan worden wat door anderen (bv. gemeenteleden, zzp-er) gedaan kan worden.

De uitgangspunten zijn richtinggevend bij het beroepen van een nieuwe predikant of het aanstellen van een nieuwe kerkelijk werker.

Aandachtspunten:

- Fulltime predikanten, cq kerkelijk werkers: Moeten we vasthouden aan fulltime beroepskrachten? Hoe gaan we om met kerkelijk werkers die een aanstelling van 2 jaar krijgen? Inzet van professionele krachten: wat doen we bij het invullen van vacatures? Wat is een aanstelling voor de eigen gemeente èn welk deel van de tijd wordt besteed aan knooppunt-overstijgend gemeentewerk?

E. Investering in onderlinge communicatie

Eigen verantwoordelijkheid van elk knooppunt kan niet zonder vertrouwen in èn belangstelling voor de andere knooppunten. Delen in de vreugde en in de zorgen van de knooppunten, omzien naar elkaar en elkaar tot hand en voet zijn. Daarom draagt investeren in onderlinge ontmoeting van taakgroepen en professionele werkers en gemeenteleden bij aan het onderling vertrouwen, bovendien weten mensen elkaar daardoor gemakkelijk en beter te vinden en kunnen ideeën opborrelen.

Vaststellen waarover in gezamenlijkheid naar buiten toe wordt gecommuniceerd. Hoe treden de knooppunten gezamenlijk op naar buiten en wat laten zij van zichzelf zien? Te denken valt aan contact met de overheid, nieuw ingekomenen, contacten met speciale doelgroepen. Welke ‘knooppunt-overstijgende’ afspraken kunnen hierover worden gemaakt? Aandacht voor interne communicatie m.b.t. bijvoorbeeld visie en beleid, maar ook activiteiten van elkaar bekend maken (‘Kerk op Zuid’ nieuwe stijl). Maken van een communicatieplan. Welke communicatiemiddelen staan ter beschikking voor welke doelgroepen, aandacht voor communicatie off-line èn online.

Aandachtspunten:

- Minstens twee keer per jaar houden we een ‘ambtsdragersvergadering’, met als doel ‘uitwisseling, het delen van kennis en ervaring’.

- De centrale kerkbode (Kerk op Zuid) ‘transformeren’ tot een beter communicatiemedium, zodat we van elkaar weten wat er op elk knooppunt speelt.

- Een diaconale dag (= jaarvergadering) organiseren.

- Door het zetten van concrete stappen vooroordelen wegnemen, bijvoorbeeld door gezamenlijke diensten, door het bezoeken van pioniersplekken, door naar elkaar toe gaan èn zo te beleven wat er elders gebeurt.

F. Bestuursstructuur – wees zuinig op elkaar

Het bemensen van kerkenraden (op wijkniveau en centraal), colleges en kernteams is een hele opgave. Om zorgvuldige met menskracht te blijven omgaan is het heilzaam te zoeken naar een andere bestuursstructuur (binnen de kerkordelijke kaders; al zal er vanaf 2018 ook hierin het nodige gaan veranderen in het kader van ‘back tot he basics’). De ‘vergaderbelasting’ vergt energie èn ontneemt bij velen de vreugde om de gemeente te dienen.

Aandachtspunten:

- Zoek naar een passende en minder belastende bestuursstructuur (ga zorgvuldig om met menskracht).

- Erken als ‘leidinggevenden’ de spanning in het knooppuntenmodel: De identiteit (profilering) van een knooppunt kan ook betekenen ‘een zich afzetten tegen een ander knooppunt’ (in plaats van het zoeken van samenwerking). Stimuleer als leidinggevenden de onderlinge ontmoeting, het gezamenlijke gesprek en gebed.

Slotwoorden

Kerkvernieuwing, zoeken naar nieuwe wegen

Steeds meer is de kerk een onbekende in de wijk en de stad. Als de gemeenten meer diaconaal-missionaire-gemeente willen zijn, is het goed na te denken over vragen als: Wie wordt bereikt met de bestaande activiteiten? Welke nieuwe activiteiten op nieuwe locaties en voor nieuwe doelgroepen zijn er ontstaan de laatste jaren. Wat kunnen we samen daarvan leren? Wat kan op knooppuntniveau opgepakt worden om actief en zichtbaar in de wijk te zijn (in samenwerking met anderen in de wijk), waar liggen verbindingen met nieuwe diaconale-missionaire initiatieven (moeder-dochter relatie)? Wat kan beter op ‘knooppuntoverstijgend’ niveau?

Beelden voor het netwerk - “klein kan veel”:

- Smaakmaker zijn – zout, we ontlenen de smaak aan God en zijn Zoon Jezus Christus

- Zichtbaar in woord (hoe gesproken?) en daad (wat gedaan?), zout is sterk herkenbaar

- Zout verbindt zich met de omgeving

Present zijn in de wijk, ‘zout en licht zijn’: Een streven dat voortkomt uit ‘armoede’ (als knooppunt red je het zelf niet), maar ons bovenal aanspoort ons meer toe te leggen op de opdracht van de gemeente! Zoek hierbij de samenwerking met andere christenen in de wijk, in het bijzonder ook met internationale kerken (het PgRZ-project Samenwerking is hiervan ‘een lichtend voorbeeld’).

Samenwerking tussen knooppunten (ook met knooppunten buiten de PgRZ)

Samenwerking kan vitaliteit van het eigen knooppunt vergroten. Door bundeling van knooppunttaken, kan er energie, tijd en menskracht vrijkomen voor nieuwe initiatieven. Vormen van samenwerking kunnen in de nieuwe beleidsperiode verkent worden en geëffectueerd worden.

Vormen van samenwerking:

1. Delen van kennis en ervaringen

2. Openstellen van eigen activiteiten voor anderen

3. Samen iets oppakken omdat je er alleen te weinig draagkracht voor hebt

4. Samen iets nieuws starten/oppakken

Het samenwerken als knooppunten van de PgRZ èn het samenwerken met andere christenen, met maatschappelijke organisaties is een ‘stip op de horizon’ om naar toe te werken, in de kracht van Gods Geest.

“Het menselijk lichaam is één geheel, maar het bestaat uit veel delen. En al die verschillende delen vormen samen dat ene lichaam. Net zo vormen wij samen één lichaam, want we horen allemaal bij Christus.”

I Korinthiërs 12:12 (uit: Bijbel in Gewone Taal)

‘De stip op de horizon’